logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

 

   Minimize

Screening

Vóór patiënten eten, drinken of medicijnen toegediend krijgen is het voor zorgverleners belangrijk te weten of het slikken veilig is. De verpleegkundige is degene die de patiënt zo nodig assisteert bij het eten en drinken en is 24 uur per dag, 7 dagen per week, bij de patiënt aanwezig. Zij is daarom de aangewezen persoon om een slikscreening te doen en te bepalen of een patiënt een slikstoornis heeft.

Alle patiënten die opgenomen worden in een ziekenhuis worden binnen 24 uur na opname gescreend op een slikstoornis. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat getrainde verpleegkundigen goed in staat zijn in de acute fase de slikproblemen te screenen.(Commissie CVA-revalidatie, 2001) Bij een positieve screening, wanneer de patiënt slikproblemen heeft, kan de verpleegkundige gericht maatregelen nemen en zo voorkomen dat de patiënt zich verslikt. Wanneer een patiënt mogelijk slikproblemen heeft, geef dit door aan de behandelend arts, diëtist en logopedist.

Watersliktest bij patiënten met een beroerte
De Nederlandse richtlijnen voor een beroerte adviseren om alle patiënten met een beroerte, binnen 24 uur na opname, vóór ze oraal vocht of voeding krijgen aangeboden, te screenen op slikstoornissen. (Richtlijn NVN CBO 2008, Hartstichting 2001, Hafsteindottir 2009) Bij patiënten met een beroerte is de Standarised Swallow Assesment (SSA) een valide instrument gebleken, met een sensitiviteit van 90% en een specificiteit van 97% .( Perry 2001) In de Revalidatie Richtlijn Beroerte is de SSA enigszins aangepast (Staff Swallowing Assesment) Hoewel er internationaal consensus is dat patiënten met een beroerte patiënten op slikstoornissen gescreend moeten worden is er géén beste keus voor de eerste screening. Slikstoornissen kunnen gedurende de opname zowel verbeteren als verslechteren, waardoor de slikfunctie verandert. Het is daarom aan te bevelen in de eerste 7 dagen na de beroerte deze slikscreening te doen bij verandering.

De slikscreening kan uitsluitend afgenomen worden onder aan aantal voorwaarden. De patiënt moet alert reageren en goed rechtop zitten en de instructies van de verpleegkundige op kunnen volgen. Om te beoordelen of een patiënt veilig kan slikken gebruikt de verpleegkundige een beslisboom. Deze beslisboom bestaat uit een stappenplan met aanwijzingen welke maatregelen de verpleegkundige moet nemen bij patiënten met mogelijke slikstoornissen. Patiënten die voldoen aan de voorwaarden zoals hierboven beschreven, wordt water aangeboden en gevraagd dit water door te slikken. De patiënt wordt geobserveerd: - laat het water uit de mond lopen - begint te hoesten - tekenen van benauwdheid - borrelige stem. Vervolgens wordt met een beslisboom aangegeven welke acties de verpleegkundige moet ondernemen -> het geven van sondevoeding en infuus, het inschakelen van de logopedist. De verschillende versies van de slikscreening zijn weergegeven in bijlage II.


Slikscreeningen bij neurologische patiënten met een neurodegeneratieve aandoening
Deze zijn weinig specifiek.

Voor de geriatrische patiënt wordt een andere manier van screenen voorgesteld op basis van twee beoordelingen:

• hoest de patiënt bij het drinken van een kopje koffie
• heeft de patiënt moeite zijn speeksel door te slikken (letten op kwijlen en/ of borrelige stem)

Sensitiviteit van deze test: 73% en specificiteit 91%.Standaard: gestandaardiseerd logopedisch onderzoek. (Kalf e.a. 2008) Sliksnelheidstest: Voor patiënten met Parkinson. De patiënt wordt gevraagd zo snel mogelijk een vaste hoeveelheid water te drinken. Bij een sliksnelheid van minder dan 10 ml / sec heeft deze een sensitiviteit van 73% en een specificiteit van 91%. Gouden standaard: systematisch logopedisch onderzoek.(Kalf e.a. 2008).

Andere signalen die kunnen wijzen op slikproblemen zijn:

- gewichtsverlies
- hoesten tijdens het eten
- borrelige stemgeving
- langzaam kauwen en slikken
- lekkage van voedsel en dranken uit de mond
- spraakproblemen > de spieren en zenuwen die betrokken zijn bij het slikken zijn ook betrokken bij het spreken. Patiënten met een dysartrie hebben niet alleen problemen met het articuleren maar ook vaak met het eten en drinken
- het gevoel dat het eten blijft hangen in de keel - pijn achter het borstbeen

Fout positief
Patiënten met longproblemen als COPD, longemfyseem en andere aandoeningen van de luchtwegen kunnen aanleiding geven tot hoesten zonder dat er sprake is van een slikstoornis. Deze patiënten worden dan fout positief (ten onrechte positief) bevonden. Een positief testresultaat betekent in dit geval dat er vanuit wordt gegaan dat de patiënt slikstoornissen heeft, terwijl deze niet aanwezig zijn. Patiënten kunnen in dit geval dieetmaatregelen opgelegd krijgen die achteraf niet noodzakelijk blijken. Wanneer een patiënt met deze aandoening begint te hoesten bij de watersliktest, wordt de logopedist in consult gevraagd om verder onderzoek te doen naar de oorzaak van het hoesten.

Login