logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

 

   Minimize

Prevalentie

Slikstoornissen zijn geen aandoening op zich, maar zijn vaak een symptoom van een onderliggend probleem. De prevalentie van slikstoornissen is afhankelijk van de oorzaak van de slikstoornis. De oorzaken zijn in twee groepen in te delen: neurologische oorzaken en niet- neurologische oorzaken. De meest voorkomende oorzaken van slikstoornissen zijn weergegeven in Bijlage 1. (Kalf e.a. 2008)

Neurologische oorzaken en bijbehorende prevalenties:
Kenmerkend voor de neurologische slikstoornissen zijn de vaak gegeneraliseerde problemen. Het slikproces is een complex proces waarbij alle bij het slikken betrokken hersenzenuwen en spieren op het juiste moment moeten reageren. Wanneer deze structuren beschadigd zijn of minder efficiënt functioneren kan het slikproces verstoord raken.

- De meest voorkomende acute hersenbeschadiging op oudere leeftijd is een beroerte (een hersenbloeding of een herseninfarct). Eénzijdige beroertes kunnen leiden tot contralaterale motorische en/of sensorische uitval van de gezichtsmusculatuur. Bij ongeveer 30% van deze patiënten komen in de acute fase van de beroerte slikproblemen voor., Dubbelzijdige aandoeningen, of aandoeningen in de hersenstam kunnen een pseudo-bulbaire parese of paralyse veroorzaken. Deze dubbelzijdige laesies gaan bij 65-70% van deze patiënten gepaard met ernstige slikstoornissen. (van Overbeeke-Bakker, Hutten 2006)

- Bij de ziekte van Parkinson heeft 50% tot 90% van de patiënten problemen met slikken. In de beginfase van de ziekte bestaan er vaak geen slikproblemen, later in het proces komen problemen in het orale transport voor en nog weer later aspiratie, waarbij de hoestkracht vaak onvoldoende is. Een aspiratiepneumonie is dan ook de belangrijkste doodsoorzaak. ( Multidisciplinaire Richtlijn Ziekte van Parkinson Richtlijn Parkinson 2010)

- Onderzoeken in verpleeghuizen: Koopmans vond bij 14% van de verpleeghuispatiënten met ziekte van Alzheimer een slikstoornis.( Kalf e.a. 2008)

- Onderzoek bij patiënten met de ziekte van Huntington heeft aangetoond dat 75% van de patiënten overlijdt aan een longontsteking en in 86,8% van deze gevallen gaat om een longontsteking ten gevolge van verslikken.( Heemskerk, Roos 2010.)

- Patiënten die langdurig beademd zijn geweest hebben een verhoogd risico op slikproblemen, waarbij ouder patiënten een vertraagd herstel laten zien na extubatie.( Barquist e.a. 2001, El Solh e.a. 2003)

Niet- neurologische oorzaken en de bijbehorende prevalenties:
Niet-neurologische oorzaken, zoals ontstekingen en tumoren, leiden tot lokale veranderingen in hoofd- en halsgebied, met lokale motorische problemen.

- Tumoren in het hoofd- en halsgebied beginnen vaak met moeite of pijn met kauwen of slikken. Bij het verwijderen van tumoren kan het littekenweefsel aanleiding geven tot functieverlies. Bij 70 % van de patiënten met oesofaguskanker komt een slikstoornis voor. ( Sreedharann A, 2009 )

- Orale mucositis wordt gedefinieerd als: ´een ontstekingsreactie van de mondslijmvliezen die zich klinisch uit door oedeem, erytheem, ulceraties en/of pijn. De ontstekingsreactie is een direct gevolg van de gegeven therapie, waarbij lokale factoren een verergerende rol kunnen spelen.’ Bij patiënten met kanker in het hoofd-halsgebied, die worden behandeld met radiotherapie komt vaak orale mucositis (80-100%). Bij patiënten die een combinatie radiotherapie en chemotherapie krijgen (90%), bij stamceltransplantatie (75%) en bij traditionele chemotherapie (40%) Stomatitis en orale mucositis zijn niet geheel identieke termen: stomatitis is een breder begrip en omvat naast orale mucositis, ook alle niet door chemotherapie of bestraling veroorzaakte ontstekingsreacties en infecties van de orale slijmvliezen, het tandvlees en de gebitselementen. (Richtlijn orale mucositis bij patiënten met kanker, 2005)

- Reflux komt bij 20% van de volwassenen voor.

Login