logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Interventie

Voorlichting en advies over de aard, oorzaak en het beloop over de aandoening.

Niet-medicamenteuze behandeling:

BPPD:
Afwachtend beleid: het doorgaans goede beloop met een spontaal herstel binnen een maand rechtvaardigt een afwachtend beleid.

Oefeningen: voor de behandeling van een patiënt met BPPD zijn oefeningen beschreven. Oefeningen kunnen de klachtenduur verkorten. De oefeningen volgens Brandt-Daroff kunnen worden overwogen.1

Neuritis vestibularis: Bij persisterende klachten na een neuritis vestibularis stimuleert de huisarts de patiënt om normaal te blijven bewegen.1

Orthostatische klachten: De patiënt kan door houdingsverandering of bewegen een bloeddrukverhoging bewerkstelligen en zo de klachten tegengaan. Houdingen die de klachten tegen gaan zijn: staan met gekruiste benen, eventueel alleen de spieren aanspannen. Spieractiviteiten die de klachten tegengaan, zijn: afwisselend op de tenen en plat op de voet gaan staan en passen op de plaats maken.1 Andere leefadviezen betreffende orthostatische hypotensie zijn: opstaan in etappes, voldoende vocht- en zoutinname, sporten/bewegen, beperken alcohol-inname, hoofdeinde bed ophogen (circa 10 graden), voorkom bedlegerigheid, grote maaltijden, heftige inspanning,

Medicatie gebruik: De huisarts kijkt of medicatie die de klachten kunnen veroorzaken gestopt of aangepast kunnen worden.1

Disequilibrium: De huisarts heeft aandacht voor de diverse factoren die invloed hebben op de evenwichtszin. Visusverbetering (cataractoperatie, bril optimaliseren) en oefeningen voor verbetering van conditie, houding en spierkracht kunnen het gevoel van duizeligheid verminderen.1

Medicamenteuze behandeling:

Gebruik van medicatie, specifiek gericht op de duizeligheid, wordt niet aanbevolen. Van geen enkel medicament is de werkzaamheid aangetoond bij de behandeling van duizeligheid. Antivertigo medicatie kan de duizeligheidsklachten zelfs doen toenemen of veroorzaken. In de praktijk kan er behoefte zijn aan symptomatische behandeling van bijkomende verschijnselen. Tegen misselijkheid en braken zijn de gebruikelijke middelen inzetbaar (bij voorbeeld metocloperamide).1

Preventie gevolgen:
De gevolgen van duizeligheid, zoals vallen, angst, depressie, functieverlies en sociale isolatie krijgen aandacht. Voor valpreventie kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een hulpmiddel bij het lopen en het veiliger maken van de thuissituatie.1

Conditie vervolgen

BPPD: de patiënt wordt na twee weken gecontroleerd als de klachten niet verminderen, of na een maand als de klachten niet over zijn. Als bij de hernieuwde beoordeling geen aanwijzingen bestaan voor andere oorzaken, overweegt de huisarts opnieuw of oefenen in aanmerking komt.1

Neuritis vestibularis: de patiënt wordt na twee tot vier dagen gecontroleerd als de klachten niet duidelijk zijn afgenomen. Om andere oorzaken van de draaiduizeligheid uit te sluiten, herhaalt de huisarts het neurologisch onderzoek.1

Ziekte van Ménière: De patiënt neemt contact op als het klachtenpatroon anders is dan deze gewend is.1

Medicatie gebruik: Patiënten die met een medicament gestopt zijn dat mogelijk aan de duizeligheid bijdroeg, worden na twee tot vier weken teruggezien om het effect op de duizeligheid te evalueren.1

Duizeligheid zonder verklaring: De patiënt wordt gecontroleerd als er na een maand nog veel hinder is. Als de duizeligheidklachten persisteren, spelen angst en vermijding vaak een rol. Bij aanhoudende duizeligheidklachten moet expliciet naar het bestaan van angst (psychiatrisch of reëel) gevraagd worden. Patiënten geven zelf niet snel angst aan als oorzaak van hun duizeligheid.1


Login