logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Prevalentie

De prevalentie van angststoornissen bij mensen van 55 jaar en ouder in Nederland is ongeveer 10%, hoger dan de prevalentie van depressie (1,7%) en dementie (1,6% voor vrouwen en 0,7% voor mannen).

Er wordt in de literatuur wel genoemd dat de prevalentie van angststoornissen boven het 75e levensjaar zou afnemen, maar hiervoor is geen duidelijk wetenschappelijk bewijs.

De prevalentie van angststoornissen onder 75-85 jarigen wordt in de LASA geschat op 10.2% (Beekman et al). Vaak wordt gedacht dat angst op latere leeftijd vooral voorkomt als stoornis naast een depressie of als symptoom van een gemengde angststoornis en depressieve stoornis.

Echter, de meeste ouderen met een angststoornis (74%) lijden niet aan een depressie en mengbeelden komen veel minder vaak voor dan pure depressieve stoornissen (‘major depression') en angststoornissen. Er is geen significant verband gevonden tussen de aanwezigheid van een angststoornis en de aanwezigheid van cognitieve beperkingen (Balkom).

Symptomen van gegeneraliseerde angst zouden juist minder vaak voorkomen bij ouderen met dementie. Wel is het belangrijk om nauwkeurig vast te stellen of angst bij een oudere mogelijk een aankondiging kan zijn voor een dementieel proces.

Bij een vroeg begin van de angststoornis (voor het 55e levensjaar) en een lange klachtenduur, hetgeen in de meerderheid van de gevallen geldt, is het erg onwaarschijnlijk dat er een verband is met een dementie die pas op veel latere leeftijd intreedt.


Achtergrond - Risicofactoren 
Login