logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Interventie

Doel:

- Het behouden de mobiliteit of voorkomen van achteruitgang in mobiliteit bij ouderen
- Het verbeteren van de mobiliteit bij ouderen
- Het voorkomen van samenhangende problemen zoals verhoogd valrisico en ADL beperkingen

Achtergrond:

Mobiliteitsbeperkingen voorspellen achteruitgang in bijvoorbeeld ADL functioneren. Interventie met als doel de mobiliteit te verbeteren kan daarom in potentie progressie van de beperkingen, zoals beschreven in het model van Jette en Verbrugge (figuur 1) voorkomen. Uit literatuur studies blijkt dat mobiliteit verbeterd kan worden met verschillende soorten interventie. Interventies zijn het meest effectief indien ze aansluiten op het onderliggende probleem.

Bijvoorbeeld: Iemand die weinig spierkracht heeft, heeft mogelijk baat bij een krachttrainingprogramma en eventueel gebruik van een hulpmiddel bij het lopen. Terwijl iemand die slecht beweegt vanwege beperkt zicht geholpen kan worden met het aanmeten van een juiste bril.

Aanpak:

Interventies zoals beschreven bij de toolkit ADL functioneren en vallen zijn grotendeels ook van toepassing op mobiliteit. De belangrijkste zijn:
- Fysiotherapeutische bewegingsinterventies met daarin kracht- en/of evenwichttraining (vergroten van de spierkracht en verbeteren van de balans)
- Andere zinvolle fysiotherapeutische interventies: vergroten van mobiliteit van gewrichten, verbeteren van het looppatroon, verminderen van pijn, verminderen van angst
- Uitleg over juist gebruik van hulpmiddelen (door ergotherapeut of fysiotherapeut)

Indien de mobiliteitsbeperking duidelijk samenhangt met een ziekte of aandoening, is het zinvol de huisarts in te schakelen. Indien de mobiliteitsbeperking mogelijk het gevolg is van een beperkte visus, kan ook de opticien worden ingeschakeld.

Eventueel kan een ergotherapeut zich richten op het omgaan met beperkingen in gevallen van ernstige beperking, die naar alle waarschijnlijkheid samengaan met andere beperkingen in het functioneren.
 

Vervolgen van conditie

Frequentie fysiotherapeutische, ergotherapeutische behandeling afhankelijk van de ernst van de problematiek. Op basis van terugrapportage naar en in overleg met verwijzer (geriater, huisarts) en/of (wijk)verpleegkundige.

Eigen kracht en eigen regie bij mobiliseren
Stimuleren van beweegnormen 65+
Fysiek actief blijven (minimaal 30 minuten per dag bewegen) wordt geassocieerd met minder beperkingen in de mobiliteit. De 30 minuten dagelijkse beweging kunnen bereikt worden door deelname aan sportieve activiteiten, maar ook door wandelen, tuinieren en andere fysiek inspannende bezigheden. Vooral activiteiten met daarin lopen als onderdeel lijken zinvol. (Visser 2005).
- NNGB norm (1/2 uur matig intensief lichamelijk actief op minimaal 5 dagen per week )
- Fitnorm (minimaal 3 x per week 20 minuten zwaar intensief
- Combinorm (combinatie NNGB + Fitnorm)
- Krachtnorm (minimaal 2 x per week krachtoefeningen)
Motiverende gespreksvoering

Verwijzing naar gespecialiseerde/HBO vpk naar oorzaak mobiliteitsproblemen en verdere diagnostiek

Voeding en zonlicht (voldoende vitamine D en calcium ivm kans op osteoperose). Calcium zit vooral in zuivelproducten, noten, gedroogde vruchten.  Vitamine D in margarine, halvarine, vlees, eieren en vette vis. Zonlicht nodig voor de aanmaak van vitamine D .

Leefstijl:

 roken vergroot kans op fractorene met 20%

Alcohol verhindert opname van bouwstoffen,

Pijnbestrijding, zodat het mobiliteit niet belemmert

Inschakelen fysiotherapie, controleer verzekeringspakket ivm fysiotherapie

Bij cognitief beperkte cliënten:  leren kennen van eigen grenzen en mogelijkheden




Interventies zijn mede gebaseerd op literatuur van Larue en Bettman (klinisch redeneren bij ouderen, 2015), Schim van der Loeff  (Geriatrie, 2012), Bleijenberg  (Toolkit, 2012)

Evaluatie met gespecialiseerde/HBO vpk.  om op basis van verdere diagnostiek zorgplan verder aan te passen   




Financiering

Login